Een heilig boontje

11 oktober 2016

In de allereerste jaren na de ontdekking van koffie, was de drank niet bestemd voor de gewone man. Alleen geestelijken hadden het voorrecht om het brouwsel van koffiebessen te drinken en uitsluitend bij religieuze plechtigheden. Om de bittere smaak van de drank te verzachten werd alleen de binnenste boon van de bes gekookt. Daarna kwamen de kloosterlingen op het idee om de heilige bonen fijn te stampen. Van dat koffiemaalsel werd dankbaar gebruik gemaakt door de karavanen die van Ethiopië naar het Arabisch schiereiland trokken. Onderweg rolden de reizigers het maalsel met dierlijk vet tot kleine balletjes die hen voldoende energie voor de lange reis gaven. Koffie werd in die tijd dus meer ‘gegeten’ dan gedronken.

Populair

Op het Arabisch schiereiland werd koffie als drank in korte tijd razend populair. In landen als Perzië (het huidige Iran), Syrië, Egypte en Turkije ontstonden zelfs speciale koffiehuizen. Via de Turken leerden de Europeanen koffie kennen. Maar zij waren eerst meer geïnteresseerd in de opbrengsten van de koffiehandel dan in de drank zelf. Een Nederlandse koopman slaagde erin om koffiezaden uit Jemen te stelen. Nadat in de Botanische tuinen in Amsterdam zorgvuldig was onderzocht hoe de planten moesten worden verzorgd, werden de zaden uitgezet in voormalige koloniën als Ceylon en Nederlands-Indië. Zo werd koffie voor Nederland een van de belangrijkste exportproducten. In onze tijd heeft koffie een belangrijke plek in het dagelijks leven. Nederlanders horen dan ook niet voor niets tot de ‘meest enthousiaste koffie drinkers ter wereld.’

Vul de tekst in
Kies een foto