Nacht van de nacht

1 november 2016

Aan het eind van de achttiende eeuw schreef de Amerikaanse wetenschapper Benjamin Franklin een artikel over de kosten van verlichting. Hij was op een dag om zes uur ’s ochtends opgestaan en zag dat de zon op dat vroege uur al scheen. Zou het niet beter zijn, zo bedacht Franklin, als de mensen in dit jaargetijde een uur eerder zouden beginnen met hun werkdag? In die tijd zouden ze daarmee een hoop geld besparen op kaarsen. Zijn voorstel werd niet serieus genomen. Een dikke eeuw later kwam een Britse geleerde met hetzelfde plan, maar dat werd opnieuw weggelachen. Toch was dit een waardevol idee, vonden de Duitsers aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Die oorlog kostte hen handenvol geld en daarom voerden ze in eigen land en in de bezette delen van België en Frankrijk de zomertijd in om te besparen op het gebruik van kolen. In de Tweede Wereldoorlog werd om diezelfde reden gebruik gemaakt van ‘zomertijd’. Na de oorlog schaften de landen het meteen weer af. Tijdens de oliecrisis in 1977 werd de zomertijd opnieuw ingevoerd. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven, ondanks enige twijfel aan de effectiviteit daarvan.

Echte tijd

Wat wij tegenwoordig ‘wintertijd’ noemen is eigenlijk onze echte tijd. Ons gestel is hier volledig op ingesteld. De zomertijd dwingt ons een uur eerder dan we gewend zijn, actief te worden. Sommige mensen hebben in de eerste weken moeite met aanpassen vanwege een verstoord bioritme. De nacht waarop de wintertijd begint, wordt de Nacht van de Nacht genoemd. Daarna is het wachten op de Gebroken Nacht (van 26 op 27 maart 2017).

Vul de tekst in
Kies een foto