Van failliete bakkerij tot succesvolle keten

30 september 2015

Jan en Catharina van Maanen verlaten kort na hun trouwdag hun woonplaats Pijnacker om zich in Katwijk te vestigen. Daar heeft Jan, 24 jaar oud, zijn zinnen gezet op een failliete bakkerij in de Kerkstraat. Voor 3300 gulden neemt hij de zaak en de klanten over. Het oude pand wordt gesloopt en in plaats daarvan komt een spiksplinternieuwe bakkerij met een woning. De nieuwbouw laat weinig te raden over de toekomstverwachting van Jan: zijn bakkerij rijst hoog boven alle andere winkels uit.

Als Jan van Maanen in 1907 aan zijn carrière begint, gaat Nederland gebukt onder een recessie. Zeven jaar later breekt de Eerste Wereldoorlog uit. De grondstoffen zijn schaars, het brood komt op rantsoen en de bakkers moeten zich bij de bereiding daarvan aan regeringsvoorschriften houden. Brood mag alleen maar worden gemaakt met meel van tarwe van eigen bodem, aangevuld met aardappel-, rogge- en peulvruchtenmeel. Het resultaat is een klef, zurig en vreemd gekleurd ‘regeringsbrood’.

Het bakkersberoep is in die tijd niet bepaald een luizenbaan. Maar Jan is er de man niet naar om het hoofd te laten hangen. Terwijl in de winkel de spaarzame klanten worden bediend, trekt hij door weer en wind er met de broodkar op uit. Door de bodem van de kar op te vullen met dozen lijkt het net alsof vers brood volop aanwezig is. Daarbij ziet hij tot zijn genoegen dat, ondanks de krappe portemonnee, er altijd belangstelling is voor luxe bolletjes en krentenbollen voor het zondagse ontbijt. En als er iets te vieren valt, weet iedereen dat een bestelling voor luxe banket bij hem in goede handen is.

Terwijl Jan hard aan het werk is, zorgt Catharina voor hun vier kinderen. Door haar gastvrijheid en betrokkenheid bij de zwakkeren in de samenleving krijgt ook zij een speciaal plaatsje in de gemeenschap.

Opnieuw zware tijden

Van de vier kinderen besluiten alleen de twee oudsten om in de voetsporen van hun vader te treden. Henk en Jan jr. kiezen ervoor om hun kennis te vergroten in andere bakkerijen voordat zij in ‘de zaak’ stappen. Maar ook de tweede generatie Van Maanen staat geen makkelijk begin te wachten. De Tweede Wereldoorlog zorgt voor bittere armoede en vanwege het gebrek aan geld komt er een levendige ruilhandel op gang. De Van Maanens bakken maar wat graag in ruil voor sigaretten, een bakje jus of erwten. Over onderduikers bewaart de familie het stilzwijgen (maar het gat onder de gootsteen was groot genoeg om drie mensen te verbergen).

Na de oorlog blijkt dat de omzet van de bakkerij te klein is om drie gezinnen te onderhouden. Nadat Jan jr. een eigen kruidenierszaak is begonnen, moeten Henk en Jan sr. alle kansen aangrijpen om het familiebedrijf draaiende te houden. Ze gaan op zoek naar uitbreiding van hun klantenkring, bijvoorbeeld onder de mariniers van vliegkamp Valkenburg. Zodra er een verhuiswagen de wijk inrijdt waar de mariniers gehuisvest zijn, komen ook de Van Maanens langs. Ze heten de nieuwe bewoners welkom met een cake en vragen daarna terloops of Van Maanen voortaan het brood mag leveren. En natuurlijk krijgt niemand het over zijn hart om na het zoete welkomstcadeau daar ‘Nee’ op te zeggen.

Stille wens

Henk heeft in zijn vrouw Sophie een onmisbare steun. Zij betaalt uit haar eigen erfenis de verbouwing van de winkel en daarna een nieuwe oven en een broodsnijmachine. Haar bijdrage is de redding van het familiebedrijf. Maar Sophie wil meer. Ze wil dat iedereen die langs de winkel loopt in één oogopslag kan zien wat voor bijzonders hier te koop is. Daarom laat ze planken timmeren onder het raam van de bakkerij en zet daar speciale lekkernijen op.

Met Sinterklaas worden de planken gevuld met speculaas, pepernoten, chocoladeletters en marsepein. Op Oudjaarsdag pronken daar de zelfgebakken oliebollen en appelflappen op en voor Pasen versiert ze de eieren met linten en strikken. Henk vindt het eigenlijk verspilde moeite, maar Sophie vindt het heerlijk om haar creativiteit op deze manier tot uiting te brengen. Bovendien koestert zij nog een andere stille wens: een tearoom waar iedereen iets kan drinken, eten of op zijn gemak kan zitten lezen. Maar er is niet genoeg geld om deze droom te verwezenlijken. Daarom ontvangt Sophie dagelijks vrienden en kennissen bij haar thuis. Als dochter van een pensionhouder is ze gewend om het gasten naar de zin te maken, dus is er aan gezelligheid en versnaperingen geen gebrek.

Nazomer 2015. Twee wereldoorlogen, grondstoffen schaarste, regeringsbrood en bittere armoede hebben niets afgedaan aan de veerkracht van Bakker van Maanen. De wensen en dromen zijn uitgekomen. Jan senior zou hoogstwaarschijnlijk vol lof zijn bakkersmuts hebben afgezet als hij kon zien dat zijn nazaten de kleine bakkerswinkel aan de Kerkstaat in Katwijk hebben uitgebouwd tot een modern bedrijf met meer dan 50 filialen. Catharina zou goedkeurend glimlachen omdat haar betrokkenheid bij de samenleving onlosmakelijk aan Bakker van Maanen is verbonden. En Sophie? Die zou hoogstpersoonlijk alle horeca plekken met een bezoek vereren.

Vul de tekst in
Kies een foto